afl202120communie20voorkant.jpg

DE EERBIED BIJ HET COMMUNICEREN

Er is nooit een paus geweest, die het staande en op de hand ontvangen van de H. Communie heeft ingevoerd of daar goedkeuring voor heeft gegeven! Lees de onderstaande boodschap uit het klooster Jasna Góra in Częstochowa (Polen).

De heilige vader, paus Benedictus XVI, brengt ons opnieuw in herinnering en legt ten overstaan van de gehele Kerk publieke getuigenis af van wat een authentieke vernieuwing van de Eucharistische verering inhoudt, in overeenstemming met de geest van het concilie van Trente en Vaticanum II.

Op 29 juni 2008 waren bij de opening van het Paulusjaar miljoenen gelovigen voor de televisie er getuigen van hoe in het Vaticaan de H. Vader Benedictus XVI de gelovigen de heilige Communie uitreikte: geknield, op de tong en uit de handen van een priester. Er werd geen heilige Communie gegeven aan mensen die deze op de hand wilden ontvangen. Zo ook gebeurde op het feest van Sacramentsdag.

De paus brengt aldus een tweeduizendjarige, onfeilbare en tijdloze heilige traditie van de Kerk terug, die zoals de Heilige Vader Johannes Paulus II heeft gezegd als gevolg van 'ontoelaatbare postconciliaire misbruiken t.a.v. de Eucharistie' (Ecclesja de Eucharistia) misvormd is. In het Westen heeft dat geleid tot een vrijwel volledig verval van de Eucharistische verering en tot een ruïne van de Kerk aldaar.

Meer dan 90% van de katholieken is daar het geloof in de reële en werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in de Eucharistie kwijtgeraakt. De pauselijke ceremoniemeester prelaat Guido Marini, die namens de heilige vader Benedictus XVI een interview gaf aan L’Osservatore Romano, bracht zeer krachtig in herinnering dat het geknield ontvangen van de heilige Communie op de tong steeds de van kracht zijnde norm is in de Kerk. Volgens prelaat Marini drukt het geknield ontvangen van de Eucharistie op de tong helderder de waarheid uit over de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het Sacrament des Altaars, verdiept het de vroomheid en het aanvoelen van de heiligheid van het mysterie.

Daarom zegt paus Benedictus XVI ons: "Ik vraag iedereen om zijn geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in de Eucharistie moedig en vastbesloten uit te dragen."

Laten we niet bang zijn om te knielen! Laten we gehoorzaam zijn aan de heilige vader! In de Kerk is er nooit toestemming van de pausen geweest om de Communie op de hand te geven, staande, en dan nog uitgereikt door leken! Reeds paus Paulus VI heeft direct na Vaticanum II in de instructie Memoriale Domini van 29-6-1969 deze kerkvreemde riten veroordeeld, waarbij hij o.a. schreef: “Zoekend naar de waarheid en de macht van het Eucharistische mysterie en de aanwezigheid van Christus daarin en gehoorgevend aan een innerlijk gebod van eerbetoon aan dit Allerheiligste Sacrament, alsook uit deemoed, is de gewoonte ingevoerd dat de degene die de Communie uitreikt (de priester) zelf de geconsacreerde hostie op de tong legt van de communicant, (...) niet alleen omdat dit op een gewoonte berust die sinds eeuwen door de traditie is overgeleverd, maar vooral omdat deze gewoonte een uitdrukking is van de eerbied van de gelovigen voor de Eucharistie.

Voorts wordt door deze rite die we dienen te beschouwen als overgeleverd door de traditie gewaarborgd, dat de heilige Communie wordt uitgereikt met de verschuldigde eerbied, schoonheid en waardigheid, en dat de Eucharistische Gedaanten, waaronder de gehele en ondeelbare Christus, God en Mens, op unieke wijze substantieel en ononderbroken aanwezig is, beschermd worden tegen elk gevaar van ontheiliging. Hierbij wordt gesteld dat een wijziging van zo’n belangwekkende zaak, die op een aloude en eerbiedwaardige traditie teruggaat, niet alleen de kerkelijke discipline betreft, maar het geloof in de Eucharistie zelf. Daarom roept de Heilige Stoel bisschoppen, priesters en gelovigen met de grootste stelligheid op om de van kracht zijnde en opnieuw bevestigde regel na te leven, gezien het algemene belang van de Kerk zelf.

Paus Paulus VI was reeds voor het concilie en kort daarna helaas zelf getuige van de trouweloosheid van vele kardinalen, bisschoppen, priesters en theologen die eigenmachtig, nog wel voor zijn ogen in het Vaticaan zelf, de Communie staande en op de hand invoerden. Zo kan men zijn woorden begrijpen die hij in 1966 uitsprak: "Er zijn momenteel krachten in de Kerk, waaronder ook priesters en aan God gewijde personen, die de Kerk meer schade berokkenen dan de grootste vijanden van buiten. Satan zelf is in de tempel van God binnengedrongen."

Meermalen heeft paus Johannes Paulus II deze anti-Bijbelse riten veroordeeld. In zijn brief over het mysterie en de verering van de Eucharistie Dominicae Cenae schrijft hij: "De heilige Communie op de hand is een betreurenswaardig gebrek aan eerbied voor de Eucharistische Hostie." Hij keurde het inzetten van leken voor het uitreiken van de Communie af met de woorden: "Het aanraken van de geconsacreerde gedaanten van de Hostie en ook het uitdelen ervan met eigen handen is juist het privilege van gewijde priesters."

Paus Johannes Paulus memoreert tevens dat de Heilige Geest deze waarheden aan de Kerk opnieuw heeft 'gezegd' bij het Tweede Vaticaans Concilie. Aansluitend daarop heeft de 177e bisschoppenconferentie van Polen (10-11 december 1980) onder leiding van de grote primaat van het millennium kardinaal Stefan Wyszynski, met het oog op de richtlijnen van de paus met betrekking tot de postconciliaire misbruiken in de liturgie van de H. Mis, een maatregel uitgevaardigd: "In de Poolse diocesen wordt de heilige Communie geknield en op de tong ontvangen uit handen van de celebrant (priester). Deze voorschriften dient men na te volgen tijdens heilige Missen, ook voor speciale groepen."

Ook de huidige paus Benedictus XVI heeft nog als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer in opdracht van paus Johannes Paulus II bisschoppen, priesters en gelovigen vermaand: "Misschien is een geknielde houding derhalve werkelijk iets vreemds voor de moderne cultuur, nu deze een cultuur is die zich heeft verwijderd van het geloof en het geloof niet meer kent, terwijl het knielen in het geloof een juist en een uit het innerlijk opwellend en noodzakelijk gebaar is. Wie leert te geloven, die leert ook te knielen. Een geloof en liturgie die het knielen bij het bidden zouden verwerpen, zouden innerlijk besmet zijn. Daar waar die houding is verdwenen dient men opnieuw te leren knielen, opdat wij al biddend zouden verblijven in de gemeenschap van de apostelen en de martelaren, in de gemeenschap van de hele schepping, in eenheid met Jezus Christus zelf." (vgl. Luc. 22, 41).

"De gewoonte om te knielen komt niet van een niet nader bepaalde cultuur, zij is afkomstig van de Bijbel en van de Bijbelse ontmoeting met God." (De Geest van de Liturgie, p. 164-173).

Het zich beroepen op het laatste concilie bij het opleggen van het staande en op de hand communiceren noemde hij een 'schending van het concilie' (vgl. priester N. Nasuti in 'Het Eucharistisch wonder in Lanciano' en priester Günter in: 'Satan bestaat werkelijk').

Dit geldt tot heden toe en voor altijd. Vele geestelijken misleiden de gelovigen als ze zeggen dat het weigeren om de Communie staande te ontvangen ongehoorzaamheid aan de Kerk is. Het is exact omgekeerd. Als we spreken over gehoorzaamheid aan de Kerk, bedoelen we uitsluitend gehoorzaamheid aan de onfeilbare leer van de pausen en van de geestelijken die hetzelfde verkondigen. Sommigen beroepen zich op de pausen die de Communie staande en op de hand uitreiken. Dat getuigt van een volledige onbekendheid met de leer van de Kerk, die zegt dat de gedragsnorm voor priesters de pauselijke documenten zijn die deze zaken reguleren, en niet dat wat een paus doet. De paus heeft ter voorkoming van een schisma en van algemene ophef gewacht tot de priesters uit zichzelf zouden terugkomen op de door hen ingevoerde fouten en misbruiken.

Ieder die ondanks de besluiten van de H. Vader Benedictus XVI voortgaat met het staande op de hand ontvangen van de H. Communie en uit handen van een leek, zal niet in eenheid zijn met de heilige vader, en zich buiten de Kerk plaatsen. Laten we bidden dat in onze harten een levend geloof in de Eucharistische Christus mag groeien, dat we niet bang zijn om de heilige Communie geknield en op de tong te ontvangen. Dan zal de eeuwigheid te kort duren om God te danken voor de genade van godsvrucht!

Klooster Jasna Góra, Częstochowa (Polen), 13-7-2008. Bron: Verzamelwerk van de Vereniging van Theologen in Polen.

Fragment uit het Katholiek Nieuwsblad

Naast het Latijn en de celebratie naar het oosten zou ook de tongcommunie blijven bestaan. De constitutie over de Liturgie Sacrosanctum Concilium rept geen woord over de handcommunie. De concilievaders gingen ervan uit dat de tongcommunie zou blijven gehandhaafd. In 1964 werden echter in Nederland, België en Duitsland zonder goedkeuring van Rome experimenten toegelaten met de handcommunie. In een brief van 1965 aan kardinaal Alfrink herinnert de toenmalige secretaris van de Pauselijke Raad ter uitvoering van de liturgieconstitutie van het Tweede Vaticaans Concilie, Annibale Bugnini, eraan dat de overgeleverde wijze van communiceren gehandhaafd dient te blijven. Pas in 1969 heeft paus Paulus VI op aanvraag van enkele bisschoppenconferenties in zijn motu proprio Memoriale Domini de handcommunie als een indult, dus als een uitzondering (!), toegestaan, tegen de meerderheid van bisschoppen in: 1233 stemden tegen, 567 voor.

Boodschap van de Maagd Maria aan Myriam van Nazareth (schuilnaam), over de Hand- en Tongcommunie

Lieve zus in Jezus en Maria,  Maakt u zich geen zorgen. Houd uw ogen op de inwendige wegwijzer in uw eigen hart gericht; volhard gerust in de Tongcommunie en houdt u zich steeds het volgende voor ogen: Wanneer u in een kerk met, bijvoorbeeld, honderd zielen, als enige de Tongcommunie ontvangt, dan bent u voor de lijdende Christus de roos, die Hem de honderd doornen in deze parochie doet vergeten. Wie bemint Hij dan voor honderd? De roos!

God vergeet nooit hen die om Zijnentwil de moed hebben gehad om tegen de stroom op te roeien, uit liefde en eerbied. Deze liefde is het, die u de eeuwige Gelukzaligheid zal opleveren, niet die "honderd" onwillige of onverschillige zielen achter wie men zich misschien nu en dan graag eens zou verbergen. Integendeel: Wanneer u het kunt opbrengen, voor deze zielen om vergiffenis en inzicht te bidden, zullen zij aan u een groot gedeelte van hun heil te danken hebben, en zult u in Gods ogen diegene zijn, die op grond van een geestelijk martelaarschap als vertegenwoordigster van de Liefde van uw hele parochie vóór Hem verschijnt.

Inderdaad, de toepassing van de Tongcommunie zadelt ons in deze huidige tijd soms met het gevoel op, dat wij melaatsen zouden zijn. Is dat niet mooi? Dit is de zekerste weg om de ogen van Christus naar ons toe te trekken, opdat Hij ons meteen van al onze andere besmettingen zou genezen. De merkwaardige gevoelens, die optreden wanneer wij als enigen in de kerk de Tongcommunie ontvangen, komen niet uit onze ziel, maar uit de weerzinwekkende adem van de draak, voor wie wij een aanstoot zijn. God laat deze gevoelens toe opdat de roos van onze ziel onder deze beproeving en onder deze getuigenis van onze Liefde tot Hem werkelijk zou bloeien.

De Goddelijke Voorzienigheid heeft u in deze situatie gebracht opdat u andere zielen aan het ware Licht zou kunnen herinneren. Al is de wereld nog zo duister, steeds zal het Licht het geschikte brandhout vinden om aan te steken en de warmte en het Licht door te geven. In uw parochie bent u nu dit brandhout. Zalig diegenen, die zich laten aansteken. Zij zullen ook in zichzelf al het ongewenste laten verbranden.

Vandaag gedenken wij de Meesteres als Moeder van Altijddurende Bijstand. Bidt samen met mij tot Haar, opdat Zij het zou zijn, die in u de Tongcommunie ontvangt, uit Liefde voor Haar Zoon. Een bijzondere vrede zal u ten deel vallen. Geef nooit op; strijdt voor het goede, en de beloning overtreft elke verbeelding. In Liefde, en ten dienste van de Meesteres van alle zielen, uw Myriam.