LaatsteAvondmaal30.jpg

DE HEILIGE EUCHARISTIE (nieuwe orde van 2015)

De liturgie van de Eucharistie verloopt volgens een fundamentele structuur die door de eeuwen heen tot op vandaag bewaard is gebleven. Ze ontvouwt zich in twee grote delen die een wezenlijke eenheid vormen:

1. de samenkomst, de dienst van het Woord met de lezingen, de preek en de voorbede;

2. de dienst van de Eucharistie met de aanbieding van brood en wijn, de consecratorische dankzegging en de communie. Het hoogtepunt van de Eucharistie is de consecratie in het eucharistisch hooggebed.

Bij het binnen gaan van de kerk In de kerk zetten mannen hun hoofddeksel af; vroeger droegen de vrouwen altijd een hoofdbedekking, meestal een sluier ook wel mantilla genoemd. Het is iets dat nu in Nederland een beetje in onbruik geraakt is, maar het past wel heel goed binnen de Katholieke traditie om een hoofdbedekking te dragen. Bovendien is het iets wat de apostel Paulus ons leert in 1 Korintiërs 11. Gepaste kleding wordt, zeker in zuidelijke katholieke landen, wel gevraagd: niet te korte broeken of rokken, geen ontblote schouders. Links en/of rechts van de deur vindt u doorgaans wijwaterbakjes (meestal aan de muur). Het is gebruikelijk om de vingers met wijwater te bevochtigen en een kruisteken te maken. Het is een herinnering aan het Doopsel en de vriendschap die God met u sloot. Een kruis slaan is een kort gebed waarmee we ons geloof in de Drie-enige God belijden. Als de liturgie nog niet begonnen is, kan men in rust en stilte rondlopen, bijvoorbeeld om een kaars op te steken in een kapel. Voorafgaand aan de liturgie is er van oudsher een gewijde stilte in de kerk, waardoor een ieder zich in gebed kan voorbereiden op de ontmoeting met Christus in de viering. Hardop spreken in de kerk is ongepast, omdat het strijdig is met de eerbied in Gods huis en omdat anderen dan in hun gebed gestoord worden. Voordat u de bank ingaat is het een oud gebruik om een korte knielbeweging (met één knie op de grond) te maken als begroeting van Christus die zich bevindt in de tabernakel voor in de kerk. Ook hierbij wordt vaak weer een kruisteken gemaakt.

De openingsritus van de Eucharistie
De liturgie begint meestal met het Intredelied ofwel wordt de Introïtuszang ingezet. De priester komt binnen met de misdienaren en allen gaan staan. Als teken van eerbied buigt de voorganger voor het altaar en kust het. Eventueel wordt het altaar bewierookt. Bewieroken is, afhankelijk van hetgeen bewierookt wordt,  een teken van zegening, wijding, eer, hulde, en opdat de gebeden aangenaam voor God mogen opstijgen. In de officiële liturgie behoort men te blijven staan tot en met het collecta-gebed. Na het kruisteken volgt de begroeting en een inleiding door de priester. Dit kan bijvoorbeeld een inleiding zijn over de viering, over de dag van de viering of over een heilige die die dag wordt vereerd, hetgeen belangrijk is om de H. Mis  voor te bereiden. Daarna begint de boete-act. Deze kan bestaan uit 1) de schuldbelijdenis en het Kyrië zoals hieronder aangegeven, ofwel: 2) de Kyrië litanie (gebed om ontferming, afgewisseld met de aanroep Kyrië eleison of iets soort gelijks); soms ook de rituele besprenkeling met wijwater, de herinnering aan de afwassing van zonden, onder het zingen van ‘Asperges Me’ (uit Psalm 51) of ‘Vidi Aquam’.

De Intredezang
De tekst van de gezangen en lezingen vindt men meestal in een liturgieboekje of missaal achter in de kerk. Soms wordt gebruik gemaakt van de Latijnse tekst, maar vaak wordt de Nederlandse tekst gebruik.

Het Kruisteken en de begroeting
Priester: In de Naam van de Vader en Zoon en de Heilige Geest. Allen: Amen. Priester: De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.
Allen: En met uw geest.

De Schuldbelijdenis, na een inleidend woord
Aan het begin van elke viering belijden we eerst onze schuld voor God en onze broeders en zusters.
Priester: Broeders en zusters, erkennen wij onze zonden, bekeren wij ons tot God, om het heilig mysterie van de Eucharistie goed te kunnen vieren.
Allen: Ik belijd voor de almachtige God, en voor u, broeders en zusters, dat ik gezondigd heb, in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de H. Maria, altijd Maagd, alle Engelen en Heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.

De priester sluit af met een gebed om vergeving:
Priester: Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.
Allen: Amen.

Het Kyrië (Heer ontferm U)
Het Kyrië is een heel oud gebed dat ook al door de eerste christelijke gemeente gebeden werd.
Priester: Heer, ontferm U over ons. Allen: Heer, ontferm U over ons. Priester: Christus, ontferm U over ons.
Allen: Christus, ontferm U over ons. Priester: Heer, ontferm U over ons. Allen: Heer, ontferm U over ons.
Soms wordt hier de Kyrië litanie gebeden, dit is een gebed om ontferming afgewisseld met de aanroep Kyrië eleison of iets dergelijks, ofwel de rituele besprenkeling met wijwater, herinnering aan de afwassing van zonden, onder het zingen van ‘Asperges Me’ (uit Psalm 51) of ‘Vidi Aquam’.

Het Gloria (Eer aan God)
Op de momenten, dat de liturgie dat voorschrijft, wordt de lofzang Gloria gezongen. Het is een dankgebed aan God. In de advent en veertigdagentijd, als periode van inkeer, wordt het Gloria niet gezongen of gezegd.
Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft. Wij loven U. Wij prijzen en aanbidden U. Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor Uw grote heerlijkheid. Heer God, hemelse koning,God almachtige Vader; Heer eniggeboren Zoon, Jezus Christus; Heer God, Lam Gods zoon van de Vader; Gij die wegneemt de zonden der wereld ontferm U over ons. Gij die wegneemt de zonden der wereld aanvaard ons gebed. Gij die zit aan de rechterhand van de Vader ontferm U over ons. Want Gij alleen zijt de heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de allerhoogste, Jezus Christus, met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader.  Amen.

Het Collecta-gebed (openingsgebed)  dit gebed sluit de openingsritus af.
Priester: Laat ons bidden….......….. deze tekst varieert afhankelijk van de tijd van het jaar en eindigt met de woorden: Door onze Heer Jezus Christus, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God door de eeuwen der eeuwen.
Allen: Amen.

DE DIENST VAN HET WOORD  
Allen gaan zitten. Het tweede deel van de liturgie is de dienst van het woord, hier spreekt God tot de gelovigen door lezingen uit de heilige Schrift. Op zondagen zijn er drie lezingen, doordeweeks meestal twee (tenzij er een bijzondere viering, feest of gedachtenis plaatsvindt). De eerste lezing is uit het Oude Testament of - in de Paastijd - uit de Handelingen van de apostelen.
Daarna volgt meestal een psalm die bestaat uit verzen die door het koor worden voorgezongen of door een lector wordt voorgelezen, en uit een refrein dat na ieder vers door allen herhaald wordt. Als er sprake is van een Graduale (Gregoriaanse psalmzang), dan wordt doorgaans alles door het koor gezongen. Daarna volgt een tweede lezing, waarop het alleluja gezongen wordt. Dit gezang leidt de Evangelielezing in. Uit eerbied voor het Evangelie gaan we staan. In de Vastentijd, waarin geen Alleluja gezongen mag worden, heet dit gezang het Tractus. De lezing van het evangelie wordt vaak begeleid met kaarsen (verwijzing naar Jezus als Licht van de wereld) en soms door wierook, teken van eerbied voor Gods aanwezigheid door Zijn Woord. De eerste twee lezingen worden afgesloten met de woorden:
Lector: Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God
De derde lezing is een tekst uit een van de vier evangeliën van het Nieuwe Testament; deze wordt voorgedragen door een diaken of priester. Om zoveel mogelijk van de heilige Schrift te kunnen overwegen, is een driejarige cyclus bedacht (A-,B-,en C-jaar).
Priester: De Heer zij met u.
Allen: En met uw geest.
Priester: Lezing uit het Heilig Evangelie volgens (Matheus, Marcus, Lucas of Johannes).
Allen: Glorie zij U, Heer. Allen maken een kruisje met de rechterduim op voorhoofd, mond en borst, waarbij men gelijktijdig zegt: met mijn verstand geloof ik, met mijn mond beleid ik, en in mijn hart bewaar ik het heilig Evangelie van God.
Na het Evangelie zegt de priester:
Priester: Woord van de Heer.
Allen: Lof zij U, Christus.

De Homilie (preek)
Nu volgt de preek waarbij iedereen zit. In de preek wordt meestel een uitleg gegeven van het Bijbelgedeelte dat gelezen is. Na de preek volgt er een korte stilte waarin de gelovigen de preek even kunnen overwegen.

Het Credo (geloofsbelijdenis)  Iedereen gaat staan als teken van bijzondere toewijding.
Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden; en aan zijn rijk komt geen einde. Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft; die voortkomt uit de Vader en de Zoon; Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene heilige, katholieke en apostolische kerk. Ik belijd een doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk.  Amen.

De Voorbeden
Officieel hoort men bij de voorbede te staan. Iedere voorbede wordt beëindigd met:
Lector: Laat ons bidden.
Allen: Heer onze God wij bidden U verhoor ons. (hierna gaat iedereen weer zitten)

DE DIENST VAN DE EUCHARISTIE

De Offerande en de collecte
De collecte wordt gehouden, terwijl de assistenten de priester helpen het altaar gereed te maken.
De priester neemt de pateen met brood en zegt: Gezegend zijt Gij Heer, God van al wat bestaat. Uit Uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, en het werk van onze mensenhanden. Het zal voor ons worden tot brood van eeuwig leven.
Allen: Gezegend zij God in alle eeuwen. 
De priester schenkt nu wijn en een klein beetje water in de kelk, hetgeen het samengaan van de godheid en de mensheid van Jezus symboliseert.
De priester zegt:
Mogen wij door dit mysterie van water en wijn deel krijgen aan de goddelijkheid van Hem die ons menselijk bestaan heeft willen delen.
De priester heft de kelk op en zegt: Gezegend zijt Gij, Heer, God van al wat bestaat. Uit uw milde hand hebben wij de wijn ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de wijnstok en het werk van mensenhanden. Hij zal voor ons worden tot drank van eeuwig leven.
Allen: Gezegend zij God, in alle eeuwen.
De priester vervolgt in stilte: In een geest van nederigheid en met een rouwmoedig hart vragen wij U, Heer: aanvaard ons. Moge het offer dat wij u heden brengen, Heer God, genade vinden in Uw ogen.
Hier vindt eventueel bewieroking van de gaven en het altaar plaats als teken van wijding, daarna van de priester en het volk, bij dit laatste gaat iedereen staan als teken van eerbied.

De priester wast daarna zijn handen met water en bidt in stilte: Was mijn ongerechtigheid van mij af, Heer, en reinig mij van zonde.
De handwassing is een gebaar van zuiverheid bij de nadering van de consecratie, en een teken van innerlijke reinheid.

De priester bidt daarna: Bidt broeders dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God de almachtige Vader.
Allen: Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en eer van Zijn naam en tot welzijn van heel Zijn heilige Kerk.

Gebed over de gaven
De priester bidt of zingt afwisselend met de gelovigen het onderstaande gebed. In de officiële liturgie, en in de meeste landen hoort men hier te gaan staan.
Allen beantwoorden dit gebed met:  Amen.
Priester: De Heer zal bij u zijn.
Allen: En met uw geest.
Priester: Verhef uw hart.
Allen: Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Priester: Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
Allen: Het is passend en goed Hem te danken.

De Prefatie Dan volgt de Prefatie zoals aangegeven bij de betreffende dag. Er zijn tientallen Prefaties. Aan het eind van de Prefatie wordt het Sanctus gezongen, soms door het koor, soms door afwisselend koor (of voorzanger) en het volk. De prefatie begint altijd met de woorden: Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan Uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij u danken, altijd en overal door Christus onze Heer..... enz.

Het Sanctus
Heilig, heilig, heilig de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van Uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge.

De consecratie-Epiclese (aanroeping)
Er zijn ook nog andere van deze epiclese-gebeden.
Priester: Waarlijk heilig zijt Gij, Heer, Bron van alle heiligheid; heilig dan, vragen wij, deze gaven door de dauw van Uw Geest, opdat zij het Lichaam en Bloed worden van onze Heer Jezus Christus.

Het Eucharistisch Gebed
De meeste mensen in Nederland knielen tijdens het gehele eucharistische gebed. Er zijn meerdere eucharistische gebeden, ze worden door de priester voorgebeden. Het is het belangrijkste gebed van de liturgie, want hierin worden brood en wijn geconsacreerd tot Lichaam en Bloed van Christus. De woorden waarbij brood en wijn veranderen in Lichaam en bloed van Christus worden wel consecratiewoorden genoemd. Soms wordt het begin gemarkeerd door een kort geluid van de bel, maar altijd wordt drie maal gebeld na deze consecratiewoorden:

De Consecratie
Priester: Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het zijn leerlingen met deze woorden:
NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM DAT VOOR U WORDT OVERGELEVERD.
Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk, sprak opnieuw de dankzegging uit, en gaf hem zijn leerlingen met deze woorden:
NEEMT EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE KELK VAN MIJN BLOED, HET BLOED VAN HET NIEUWE EN EEUWIGE VERBOND, DAT VOOR U EN VOOR VELEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN. DOET DIT OM MIJ TE GEDENKEN.  
Nadat ze zijn uitgesproken door de priester, heft deze het H. Lichaam en Bloed op, voor een moment van stille aanbidding en verering. Om het belangrijk moment te accentueren klinkt er vaak een bel, en soms wordt er ook gewierookt om eer te brengen aan Christus’ aanwezigheid in ons midden onder de gedaante van brood en wijn.
Priester: Mysterie van het geloof.
Allen: Uw dood verkondigen wij, Heer, en Uw verrijzenis belijden wij totdat Gij komt.

Of: Telkens als wij dit brood eten en de kelk drinken, verkondigen wij uw dood, o Heer, totdat Gij komt. 

Dan vervolgt de priester het eucharistisch gebed. In de meeste landen gaat men hier weer staan. Het eucharistisch gebed wordt altijd afgesloten met het priestergebed:
Priester: Door Hem en met Hem en in Hem is aan U, God, almachtige Vader, in de eenheid van de Heilige Geest alle eer en heerlijkheid door alle eeuwen en eeuwen.
Allen:  Amen.

Het Gebed des Heren (het Onze Vader) Iedereen gaat uit eerbied staan.
Priester: Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook; daarom roepen wij de Vader aan met de woorden die Jezus ons gegeven heeft:
(Of: In gemeenschap, verbonden met Christus, durven wij vol vertrouwen bidden:)
Allen: Onze Vader, die in de Hemel zijt; Uw Naam worde geheiligd; Uw Rijk kome; Uw Wil geschiede op aarde zoals in de Hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren; en breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.
Priester: Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef genadig vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, altijd vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle angst en onrust, terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de komst van onze Verlosser Jezus Christus.
Allen: Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid.  Amen.

Priester: Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: "Vrede laat ik u na, mijn vrede geef ik u", let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw Kerk; en schenk haar naar uw wil vrede en eenheid. Gij, die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Allen: En met uw geest.
Priester: Wenst elkaar de vrede. Hierna geeft men aan zijn of haar buurman de vredegroet, door het geven van een handdruk, hierbij kan men zeggen: de vrede van Christus.

Het Agnus Dei (Lam Gods)
Daarna zingt het koor of zingen koor en het volk afwisselend:
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld; ontferm u over ons. (2x)
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.

De priester breekt het Brood en laat een deel van de Hostie in de kelk vallen om de eenheid van het Lichaam en Bloed van de Heer in het heilswerk aan te duiden, de eenheid namelijk van het levende en glorierijke Lichaam van Christus Jezus.
De priester knielt daarna, neemt de Hostie en zegt: Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld. Zalig zij, die genodigd zijn tot de maaltijd van het Lam.
Allen: Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn ziel zal gezond worden.
Persoonlijk gebed van de priester: Heer Jezus Christus, moge het ontvangen van uw Lichaam en Bloed voor mij geen vonnis zijn en geen veroordeling, maar laat het door uw liefdevolle barmhartigheid tot bescherming en genezing zijn van mijn geest en lichaam.

De Communie
Het te communie gaan is, behoudens door de bisschop bepaalde uitzonderingen, voorbehouden aan katholieken die zich niet van ernstige zonde bewust zijn. De anderen kunnen op hun plaats blijven zitten of knielen. Wanneer zij dat echter wensen, kunnen zij ook naar voren komen met de handen gekruist op de borst, om aan te geven dat zij niet de communie willen ontvangen, maar wel de zegen willen ontvangen van de priester. De wijze waarop men te communie gaat verschilt per bisdom/regio, afhankelijk van het besluit van de locale bisschop. In sommige landen gaat het knielend op een zogenaamde communiebank, waarbij men de H. Hostie op de tong gelegd krijgt, uit eerbied voor het Lichaam des Heren, dat men niet met de hand aanraakt. In de meeste parochies in Nederland gaat men te communie door de handen open, op elkaar gekruist te houden. De linkerhand ligt op de rechterhand. Deze houding van de handen symboliseert zowel het kruis voor het Lichaam van Christus, maar ook de troon voor de Koning. De priester houdt de Hostie voor de gelovige en zegt: "Lichaam van Christus". De gelovige antwoordt met "Amen". De priester of de andere bedienaar legt de Hostie vervolgens op de tong of op de hand (de handcommunie werd niet ingesteld door de paus!). Indien de hostie op de (linker)hand wordt gelegd, nuttigt de gelovige de Hostie met de rechterhand. Pas dan loopt hij/zij weg, terug naar de bank. Daar bidt degene die de communie ontvangen heeft in stilte een persoonlijk (dank)gebed, meestal geknield. Onder de communie klinkt de communiezang.

De communie-epiclese Er zijn ook nog andere van deze epiclese gebeden.
Priester: Zo delen wij in het Lichaam en Bloed van Christus en wij smeken U dat wij door de Heilige Geest worden vergaderd tot één enige kudde.

Het Gebed na de Communie In de meeste landen gaat men hierbij staan. Met dit gebed sluit de priester het persoonlijk gebed in stilte van de gelovigen af.
Priester: Laat ons bidden…........... de tekst van dit gebed varieert,
maar eindigt met
: Door Christus onze Heer.
Allen: Amen.

DE SLOT RITUS

De Zegen  allen gaan staan als teken van bereidheid om te ontvangen.
Priester: De Heer zij met u,
Allen: En met uw geest.
Priester: Zegene u de almachtige God, Vader en Zoon en Heilige Geest. (Info priesterzegen)
Allen:  Amen.
Priester: Gaat nu allen heen in vrede.
Allen: Wij danken God.

Het Slotlied Na de zegen wordt soms gezamenlijk staand een slotlied gezongen of er klinkt orgelspel, terwijl de priester en de assistenten de kerk verlaten. De liturgie is ten einde als de bel weer klinkt.