36500b4aeee6dda5be349d70e4995c85--special-people-lamb1.jpg

GARABANDAL

In haar moederlijke bezorgdheid voor ons, haar kinderen, verscheen Maria van 1961 tot 1965 vele malen aan 4 meisjes te Garabandal (Spanje). De namen van de vier meisjes zijn: Conchita, Mari-Loli, Maria Cruz en Jacinte.

Op 8 augustus 1961 nam pater Louis Andréu een aantal minuten deel aan de extase van de meisjes in Garabandal. Hij bevond zich naast hen. Later zei de Heilige Maagd aan de meisjes, dat pater Andréu Haar óók gezien had. Het grote wonder dat later zal geschieden, had hij tijdens deze verschijning óók gezien. De pater vertrok ’s avonds naar Cosio, waar hij de pastoor ontmoette. Hij zei tegen hem: “Don Valentin, wat de meisjes zeggen is waar, maar vertel het nog niet verder, want de Kerk kan in dergelijke zaken niet voorzichtig genoeg zijn.” De pater stierf diezelfde avond. Zijn laatste woorden waren: “O, hoe gelukkig zijn wij toch zulk een goede Moeder in de hemel te hebben.”

Wat is daar gebeurd in Garabandal? Tussen 18 juni 1961 en 18 juni 1965 werden die 4 meisjes begunstigd met talrijke verschijningen van de Heilige Maagd en van de aartsengel Michaël. Grote menigten begaven zich naar het arme dorpje Garabandal, dat 90 km ten zuidwesten van Santandèr gelegen is. Het plaatsje kreeg steeds grotere bekendheid.

De bisschoppen van Santandèr, die elkaar destijds in vlug tempo opvolgden, verklaarden, dat de verschijnselen rond de meisjes een natuurlijk karakter hadden en dus niet van bovennatuurlijke aard waren. Ze wilden echter beklemtonen, dat ze géén motief voor een kerkelijke censuur met veroordeling, noch in de leer noch in de verspreide geestelijke aanbevelingen hadden gevonden. Hun bevindingen waren meer een opwekking tot gebed en offer, tot de eucharistische devotie tot de verering van Onze Lieve Vrouw onder de lofwaardige traditionele vormen en de heilige vrees voor God, beledigd door onze zonden. (uitspraak door Mgr. Beïta op 8 juli 1965).

Daarom werden alle uitingen van vroomheid, steunend op de verschijningen, verboden te Garabandal. Jarenlang hadden de priesters (behalve de pastoor?) niet meer het recht om in het dorp te komen. Woensdag 21 december 1977 om 15.30 uur kwam daar echter verandering in. Toen deed Mgr. Juan Antonio Del Val , de nieuwe bisschop van Santandèr, zijn eerste pastorale bezoek aan het kleine bergdorpje van San Sebastian de Garabandal. Alles verliep in een sfeer van geloof, sympathie en vertrouwen.

Op het einde van de preek onder de H. Mis ging de bisschop vóór het altaar staan om een belangrijke verklaring uit te spreken, waarvan hier het voornaamste: “Ik ga enkele woorden zeggen over de gebeurtenissen van Garabandal….. Gij weet, dat de bisschoppen die hier vóór mij geweest zijn, verklaard hebben, dat hetgeen is voorgevallen, niet van bovennatuurlijke oorsprong was. Ik heb de mening van mijn voorgangers geëerbiedigd. Nu wil ik u echter aankondigen, dat de H. Stoel een officiële commissie benoemt om serieus al hetgeen is voorgevallen te bestuderen….. Ik zal zelf met warmte en eerbied alle serieuze getuigenissen die concreet en verantwoord zijn, in ontvangst nemen om ze dan over te dragen aan de H. Stoel. Ik doe een beroep op uw gebed, opdat God ons helpe….”

Persoonlijk ben ik van mening, dat de vorige commissies uitgingen van het idee, dat wij voldoende licht hebben van het evangelie en het onderricht van de Kerk. Het zou daarom beter zijn om in principe afstand te houden van charismatische gebeurtenissen.

Vaticanum Twee heeft echter een betere waardering voor de charismata voor het algemeen welzijn van de Kerk geuit met de woorden: “De bisschop moet de Geest niet doven, maar alles beproeven om te behouden hetgeen goed is.” Dit is zonder twijfel de reden geweest, dat in deze geest de H. Stoel en Mgr. Juan Antonio Del Val de zaak van Garabandal heropenden.

Als men het boek ‘Garabandal, het dorp spreekt’, van Ramon Pérez ter hand neemt, dan bemerkt men dat er zeer velen getuige geweest zijn tijdens de buitengewone extases van deze 4 kinderen. In de loop van die vier jaren (1961-1965) heeft er in dit kleine dorpje een schouwspel van diverse wonderen plaatsgevonden. Het was een tijd van grote charismatische rijkdom en begenadiging voor veel zielen. De Congregatie van de Geloofsleer heeft zich daarom voorgenomen deze gebeurtenissen serieus te bestuderen.

De twee boodschappen van 18 okt. 1961 en 18 juni 1965 en de drie aangekondigde gebeurtenissen die voor de naaste toekomst schijnen te zijn, zullen niet snel bekend gemaakt worden wanneer men er niet over spreekt. De kerkelijke autoriteit had dit toch immers verboden. Vandaar het grote belang van de tussenkomst van de wettige autoriteit van de kerk. De kerkelijke verboden werden opgeheven. De priesters kunnen in Garabandal weer bidden en de H. Mis opdragen. De H. Maagd, de Moeder van de Kerk, zal haar volk en haar priesters kunnen samenroepen. Het religieuze gezag houdt de handen van de H. Maagd Maria niet meer gebonden.

Over de eerste boodschap van 18 oktober 1961 deelde Conchita aldus mede: “Men moet veel offers brengen en veel boete doen. Men moet het Allerheiligst Sacrament vaak bezoeken. Echter vóór alles moet men zeer goed zijn. Indien men het niet doet, zal een kastijding ons treffen. Reeds is de beker zich aan het vullen. Indien wij ons niet bekeren zal de kastijding zeer groot zijn."

Toen men later aan de kinderen vroeg of die boodschap voor hen alleen bestemd was antwoordden zij: “Oh! Voor de wereld! Voor heel de wereld, en de boodschap moet bekend gemaakt worden."

De tweede boodschap van de H. Maagd werd door de aartsengel Michaël gegeven op 18 juni 1965. Deze is zeer ernstig: "Daar men de boodschap van 18 juni 1961 niet heeft vervuld, noch haar bekend heeft gemaakt aan de wereld, kondig ik u aan dat dit de laatste is. Vroeger vulde zich de beker, nu loopt hij over. Vele kardinalen, bisschoppen en priesters bewandelen de weg van het verderf en slepen hierdoor velen met zich mee. Men heeft steeds minder eerbied voor de H. Eucharistie. Door uw inspanningen moet ge de toorn Gods die op u rust, ontgaan. Indien gij Hem met oprechte zielen om vergiffenis vraagt, zal Hij u vergeven."

De H. Maagd: "Door tussenkomst van de Aartsengel wil ik, uw Moeder, u zeggen u te beteren. Reeds zijt ge aan de laatste waarschuwing. Ik houd veel van u, ik wil uw veroordeling niet. Bidt oprecht en wij zullen u geven wat gij ons vraagt. Ge moet meer offeren. Overweeg het lijden van Jezus."

Garabandal is vooral nu voor de hele mensheid van zo groot belang vanwege drie belangrijke voorspellingen:

  1. Er komt voor ieder mens een persoonlijk waarneembare waarschuwing, waarbij elk zijn eigen zielentoestand zal zien in verhouding tot zijn Schepper. In de waarschuwing, die aangekondigd wordt door een roodgekleurde hemel, zal de mens plotseling worden geconfronteerd met de Majesteit van God: zijn nietigheid tegenover Gods almacht, zijn zondigheid tegenover Gods heiligheid, zijn trots en zelfzucht tegenover Gods dienende liefde. Deze waarschuwing zal ieder mens gewaarworden, zowel gelovigen als ongelovigen. De waarschuwing is als een straf en is zeer aangrijpend voor zowel de goeden als de kwaden. Toch moet het gezien worden als een geschenk van Gods barmhartigheid. Het zal de goeden dichter bij God brengen en de zwakken waarschuwen dat het einde der tijden op komst is. Dit is tevens de laatste waarschuwing. Niemand kan verhinderen, dat het gebeurt.
  2. Binnen een jaar na de waarschuwing komt er een groot wonderteken, groter dan het zonnewonder van Fatima.
  3. Indien de zondaars zich niet bekeren, zal er een ongekend grote straf volgen.

Toen op 22 oktober 1965 een Spaanse dame vragen stelde over de waarschuwing en daarbij haar angst uitdrukte, merkte Conchita op: "O, maar na de waarschuwing zal u de goede God veel meer beminnen. God wil, dat wij ons door die waarschuwing alsnog zullen bekeren en minder tegen hem zullen zondigen.
"Daarom is het belangrijk om van deze waarschuwing kennis te nemen en er voor gewaarschuwd te zijn, want het gaat beslist komen. Hoe zullen de volkeren die Christus niet kennen, deze waarschuwing ontvangen? “Zij die Christus niet kennen zullen geloven, dat deze waarschuwing van God komt. De waarschuwing is iets bovennatuurlijks en zal door de wetenschap niet kunnen worden verklaard."

De kracht van de waarschuwing zal duidelijk zijn voor allen die leven in dit tijdperk van lichtzinnigheid, ongeloof, onverschilligheid en spot met God en gebod, in een tijdperk waarin het atheïsme zich inspant en zich als een net over de wereld uitbreidt via de politiek, de tv, films enz.

Zal de waarschuwing door de wereld erkend worden als komend van God? “Zeker en precies om deze reden geloof ik niet dat de wereld zo verstokt zal blijven als nu, zodat zij niet verandert.”

Op de vraag of de waarschuwing de dood zou kunnen veroorzaken, schreef Conchita het volgende: “Wanneer we er aan sterven, dan zal dat niet zijn door het feit van de waarschuwing op zichzelf, maar door de schrik en de emotie die we zullen ondergaan.”