Kruis145kb.jpg

KRUISWEG 2

1e Statie: Jezus wordt ter dood veroordeeld
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ik heb voor u geleden en Ik heb u een voorbeeld nagelaten. Gij moet in Mijn voetstappen treden. Toen Ik uitgescholden werd, schold Ik niet terug. Toen men Mij leed aandeed, uitte Ik geen dreigementen. Ik liet Mijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. Toen Ik veroordeeld werd, heb Ik niet veroordeeld. Maar gij, hoe vaak bent gij het lijden gevlucht? Gij zijt andere wegen gegaan, niet de Mijne. Gij hebt kwaad met kwaad vergolden. Teruggescholden, gedreigd die u bedreigden. Hoe vaak hebt gij anderen veroordeeld, en Mij, uw God ?
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God wees ons ,zondaars, genadig.

Tussenzang: Met de tranen in Haar ogen, stond de Moeder diep bewogen, naast het kruis waar Jezus hing. Door Haar pijnlijk zuchtend harte, overstelpt van wee en smarte, 't scherpe zwaard van droefheid ging.

2e Statie: Jezus neemt het kruis op Zijn schouders
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ik nam het lijden van de lijdende mens op Mij, de zonden van de zondaars. Ik droeg de zondenlast van de wereld. Ik heb uzelf gedragen. Ik was het Lam, dat stom ter slachtbank werd gevoerd. Op Mij rustte de straf voor uw heil. Gij hebt Mij met striemen geslagen. Zo is er genezing voor u. Ik ben de Weg ten leven. Maar ieder van u ging zijn eigen weg. Op Mij kwam neer, de misdaad van u allen.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Hoe bedrukt, hoe neergeslagen, moest de zegenrijke klagen om Gods eengeboren Zoon.

3e Statie: Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ik heb u bemind. Ik heb Me voor u overgeleverd als offergave, als slachtoffer. Zwaar drukt uw zondigheid, groot is uw schuld op Mijn schouders. Zonde drukt teneer. Zonde vernedert. Ik heb Mij voor u vernederd. Mijn kracht is door u verminkt. Gij verdraagt uw God niet meer. Gij verdraagt elkander niet eens. Als gij zelf het juk op uw schouders neemt, als gij uzelf vernedert, tot uitputting toe, zal Ik ook u verheffen, zoals Ikzelf ben opgestaan. Maar gij, mijn volk, gij blijft uw zonden op Mij laden.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons,
A. God wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Ach, hoe schreide en hoe kreet Zij, en wat folteringen leed Zij, bij `t aanschouwen van die hoon.

4e Statie: Jezus ontmoet Zijn bedroefde Moeder
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ik ben uit u geboren, Mijn mensengeslacht. Ik ben de Mensenzoon, geboren uit een vrouw, door Mijzelf geschapen. Zo groot is Mijn liefde voor u. Mijn moeder op Mijn weg naar Golgota: de weg, waarop gij, Mijn mensenvolk, Mij hebt verloochend. Alleen Zij, Mijn moeder, vergat Mij niet. Zo groot is Haar liefde voor Mij. Maria, de Moeder uit wie Ik geboren ben, heeft Mij nooit vergeten. Zou Ik dan u, Mijn volk, geboren uit God, ooit kunnen vergeten? Ik heb u lief, Mijn volk, ook al hebt gij Mij een kruis bereid.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd ? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Wie kan nu zijn tranen houen, en de Moeder hier aanschouwen, in Haar bitter ziele wee. Wie voelt niet zijn hart verscheuren, die de Moeder zo ziet treuren, lijdend met Haar Jezus mee?

5e Statie: Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Uw plaats, Mijn volk, is bij Mij onder het kruis. Dat kruis, dat gij Mij hebt opgelegd. Gij moogt uw God helpen uw eigen zondenlast te dragen en die van uw eigen volk. Wie Mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen. Draag uw deel in het lijden voor het evangelie. Neem Mijn juk op uw schouders en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen. Hoe uitgeput gij ook zijt, hoezeer onder lasten gebukt, Ik zal u steeds verlichten, als gij het kruis draagt met Mij.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd ? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Zij zag Jezus voor de zonden van Zijn volk bedekt met wonden van de wrede geseling.

6e Statie: Veronica droogt het Aanschijn van Jezus af
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ik ben de Man van smarten, Die weet wat lijden is. Het Gelaat van uw God, dat straalde als de zon, hebt gij begroet met de kus van het verraad. Uit liefde heb Ik met speeksel en aarde de ogen van de blinde geopend. Uit haat hebt gij Mij in het gezicht gespuwd. Gij hebt Mij bespot, een doek over Mijn Hoofd geworpen. Gij hebt met Mij uw spel gedreven: "Wees nu eens profeet: wie is het die U geslagen heeft?" Gij hebt Mij geslagen met de vuist. Beschouw de kaakslagen die Ik heb ondergaan, om uw misvormd gelaat te hervormen tot Mijn beeltenis. Gij hebt Mij als koning gekroond, maar met een kroon van snijdende doorntakken. Mijn volk, zoek nu het geslagen Aanschijn van uw God. Ziet naar Mijn Gelaat. Ziet de Mens. Ik toon u Mijn Aangezicht. Ziet naar Mij, en gij zult gered zijn.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Zij zag haren Liev'ling sterven, alle troost Zijns Vader derven, tot de geest uit `t Lichaam ging.

7e statie: Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Uw zondenlast vernedert Mij telkens weer. Het mensenvolk ziet neer op zijn God, Die is gevallen.
Gij hebt u verheven boven God door God te vernederen. Ik heb Mij vernederd door uw hoogmoed, maar Ik ben de Hogepriester, Die met uw zwakheden mee kan voelen. Als gij terneergeslagen zijt, als het kruis u neerdrukt in uw leven, weet: gij hebt een God Wiens lijden niet voorbijgaat aan uw eigen leed. Als gij gevallen zijt, ben Ik bij u om u op te richten. Verneder u voor de Heer en Hij zal u verheffen.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Geef, o Moeder, Bron van liefde, dat ik lijd wat u doorgriefde, geef mij dat ik met U klaag.
Ach, ontvlam mijn hart en zinnen, dat ook ik mijn God mag minnen, en dien Heiland steeds behaag.

Heil'ge Moeder, hoor mijn bede, deel mij Christus' wonden mede, diep ze drukkend in mijn hart.

8e Statie: Jezus troost de wenende vrouwen
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ween niet over Mij, maar ween over uzelf. Weeklaag niet over wat Mij is aangedaan, maar klaag uw eigen zonden aan. Ween en jammer om de rampen die over u komen. Erken uw eigen ellende; treur en ween. Ikzelf, Ik ween om u, Mijn stad Jeruzalem, dat de profeten doodt. Ik ween om u, mijn volk. Mocht ook gij op deze dag inzien, wat u tot vrede strekt. Maar gij hebt de tijd niet erkend, waarin barmhartig op u werd neergezien. Ikzelf, Ik zal uw Vrede zijn.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Van uw Zoon, bedekt met wonden, Die zo leed om mijne zonden, laat mij delen in de smart.

9e Statie: Jezus valt voor de derde maal onder het kruis
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"De wereld ziet zwakheid: een gevallen, uitgeputte God, een afgeleefde kerk. Maar, Mijn kind, gij moet zien met de ogen van geloof. Hij, die voor de wereld zwak is, is uitverkoren om het sterke te beschamen. De last van het kruis is een goddelijke kracht. Mijn zwakheid: sterker dan de mensen. Wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. Mijn volk, staar u niet blind op zwakheid. De wereld ziet het vallen van een zwakke God. Gij, zie hoe uw God opstaat, keer op keer. Hoe groot de aardse macht ook is, Mijn kracht is sterker. Ik doe ook u opstaan na elke val. Zo kunt gij met Mij naderen tot Golgota.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Laat mij met U medewenen, mij met `s Heren leed verenen tot het uur van mijnen dood.

10e Statie: Jezus wordt van Zijn kleren beroofd
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Golgota, schedelplaats, naakt en dorst. Bij uw geboorte heb Ik u gekleed. Mijn volk ontneemt Mij nu de eer van Mijn Lichaam. Mijn volk wil een kwetsbare en naakte God, beroof Mij van kleren. Ieder kan schaamteloos kijken. Gij, Mijn volk, waarom beheerst gij uw ogen niet? Waarom kastijdt gij niet uw zinnen? Waarom wilt gij uw God zien in vernedering? Mijn volk, hebt gij Mij gekleed toen ik naakt was? Hebt gij Mij te drinken gegeven toen Ik dorst had? Ik heb u gelaafd met water uit de rots. Ik heb u gelaafd met water uit de Bron van leven. Maar gij hebt Mij azijn als drank gegeven. Gij zijt Mij zo bitter geworden.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Naast het kruishout wil ik toeven en mij daar met U bedroeven om het lijden, naamloos groot.

11e Statie: Jezus wordt aan het kruis genageld
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Ik heb u vrijgemaakt, en gij hebt Mij gebonden. Ik heb u genezen en gij hebt Mij geslagen. Mijn handen hebben u gezegend. Uw handen hebben Mij gekruisigd. Gij hebt Mij gehangen aan het kruis van uw schuld. Ik heb voor u gebeden, Mijn volk, Mijn bloedeigen kinderen, toen gij schreeuwde om het vergieten van Mijn Bloed. Als gij kwaad spreekt van Mij, spreek Ik voor u ten beste. Gij hebt Mij genageld aan het kruis, Ik wil nooit meer los van u.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Maagd der maagden onvolprezen, wil mij niet ongunstig wezen, laat mij treuren aan Uw zij.

12e Statie: Jezus sterft aan het kruis
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

Het was omstreeks het zesde uur; er viel duisternis over heel de streek tot aan het negende uur toe, doordat de zon geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. Toen riep Jezus met luide stem: "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest." Nadat Hij dit gezegd had, gaf Hij de geest (Lk. 23, 44-46).

"De Mensenzoon, Jezus de Heer, Hij leeft niet meer, want gij hebt Hem gedood. Ik ben voor u gestorven, toen gij nog zondaars waart. Mijn Bloed reinigt u van elke zonde. Zie het hout van het kruis, waaraan Ik, de Verlosser van de wereld, heb gehangen. Zozeer heb Ik u liefgehad, tot er niets meer te geven overbleef. Mijn Lichaam, ontzield, om uw ziel te redden. Sterf met Mij, opdat Ik kan leven in u. Ik heb Mijn geest teruggegeven aan de Vader. Ik ben teruggekeerd naar Hem van Wie Ik ben uitgegaan, om voor u een plaats te bereiden. Gij hebt Mij gedood; maar was uw zonde groot: mateloos werd Mijn genade. Ik heb voor u de dood gedood. Wat had Ik méér voor u moeten doen, dat Ik niet heb gedaan?
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee heb Ik u bedroefd? Antwoord Mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons,
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Laat mij Christus' doodsstrijd strijden, deelgenoot van al Zijn lijden, laat mij sterven zoals Hij. Laat Zijn Wonden mij doorwonden, worde ik bij Zijn kruis verslonden in het Bloed van Uwen Zoon.

13e Statie: Jezus wordt van het kruis genomen
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Kan een moeder haar kind vergeten, de vrucht van haar schoot? Het bloed uit haar bloed?
Opnieuw gedragen door Mijn moeder, Mijn Lichaam - maar nu levenloos en kil. Beloning voor het volbrengen van Gods Wil: "Mij geschiede naar Uw Woord." Het is geschied: Haar Kind, vermoord, ontvangt Ze in Haar handen. Het vleesgeworden Woord is nu doorboord; doorboord is ook het Hart van de Vrouw van Smarten, zoals voorspeld door Simeon. Bij Christus zijn, is met Hem lijden. De Moeder met het Kind. Het Lichaam van de Heer keert bij Maria weer. Wie echt van Mij houdt, ontvangt Mijn lichaam, gestorven, maar ten leven. Wat kan Ik nog meer aan u geven? Ik heb Mij geheel aan u gegeven.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Of waarmee u bedroefd? Antwoord mij."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Moge ik in het vuur niet branden, neem, o Maagd, mijn zaak in handen in het oordeel voor Gods troon.

14e Statie: Jezus wordt in het graf gelegd
V. Wij aanbidden U, Christus, en loven U,
A. omdat Gij door Uw heilig Kruis de wereld hebt verlost.

"Mijn naakt Lichaam wordt bekleed met doeken. Eerst had gij Mij Mijn kleren ontnomen, toen er nog leven was. Nu de dood is gekomen, wilt gij, eens weggevlucht, Mij weer zoeken en bekleden. Bekleed uzelf, maar met de nieuwe mens. Treed binnen. Leg Mijn Lichaam in het graf. Maar zoek de Levende niet bij de doden. Verwacht Mijn kracht; uit dit graf zal Ik verrijzen, en neem u dan mee ten paradijze, waar gij eeuwig leven zult. Dit graf wordt de moederschoot van Mijn nieuwe volk, de overwinning op de dood voor al wie met Mij gedoopt wordt in sterven. Ik neem u mee, van het aardse naar het hemels Pasen. Vrees niet. Uw Heiland slaapt in het graf, de poort naar eeuwig leven. Ik laat u nooit alleen. Mijn volk, Mijn eigen volk, dit alles heb Ik voor u gedaan. Laat uw droefheid in vreugde verkeren, want gij hebt een gelukzalige schuld."

V. Ontferm U over ons, Heer, ontferm U over ons.
A. God, wees ons, zondaars, genadig.

Tussenzang: Christus, wil bij mijn verscheiden door Uw Moeder mij geleiden tot de overwinnaarsprijs. Doe, als `t lichaam dan zal sterven mijne ziel de glorie erven van het hemels Paradijs. Amen.


Slogebeden (uit het Getijdengebed op Goede Vrijdag)
Richten wij ons tot onze Verlosser, Die voor ons is gestorven, begraven en verrezen:
Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

V Heer en Meester, Gij zijt voor ons gehoorzaam geworden tot de dood; geef ook ons de kracht steeds de Wil te doen van de Vader.
A. Wij aanbidden U, Christus en loven U.

V. Christus, ons leven, Gij hebt door Uw kruisdood de dood overwonnen; laat ons met U sterven om met U te verrijzen in heerlijkheid.
A. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

V. Jezus, onze Koning, Gij zijt door de mensen verstoten en als een worm vertrapt; laat ons U volgen in Uw nederigheid.
A. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

V. Heiland, Gij hebt Uw leven gegeven voor allen; raak ons met Uw liefde, zodat wij alles zijn voor anderen.
A. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

V. Verlosser van de wereld, Gij hebt aan het kruis Uw handen uitgestrekt om heel de schepping tot U te trekken; breng alle mensen samen in Uw Koninkrijk.
A. Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

ORATIE (naar het openingsgebed en de prefatie van het feest van de Kruisverheffing).
God, om ons mensen te verlossen hebt Gij gewild, dat Uw eniggeboren Zoon de dood zou ondergaan aan het kruis. Het kruis waaraan Uw Zoon gehangen heeft, hebt Gij gesteld tot teken van ons heil. Dat kruis, waaraan Hij eens de dood gestorven is, werd onze levensboom. Daar op het kruis werden de machten van het kwaad gebonden, werd onze dood gedood.

Wij bidden U: laat ons, die op aarde dit mysterie hebben leren kennen, de weldaden van Zijn verlossing genieten in de Hemel. Door Christus onze Heer. Amen.